Vrijheid vergroot afhankelijkheid. Kaders geven autonomie
Hoe kaders autonomie versterken
Toen we aankwamen op het strand rende mijn dochter direct naar het water. Armen gestrekt, gezicht naar de horizon. Voor mij was dat het moment waarop de vakantie echt begon. Haar houding stond voor alles wat vakantie belooft: even is alles mogelijk, de wereld ligt open.
Twintig minuten later lag ze op een strandbedje en keek me aan.
"Wat gaan we hier doen? Hoe lang blijven we? Gaan we terug naar het zwembad?"
Haar broertje had beslag gelegd op de schepjes en emmertjes. Ze wist even niet wat ze met zichzelf aan moest. En ik vroeg me af: waarom verveelt ze zich nu hier, en thuis nooit? Op school niet. Op de BSO niet.
Het speelplein zonder hek
Ik moest denken aan een onderzoek over het gedrag van kinderen op een speelplein, eerst zonder hek, daarna met.
Zonder het hek bleven kinderen dicht bij de leerkracht. Voorzichtig, afwachtend, steeds kijkend voor bevestiging over wat veilig was. Met een hek veranderde het gedrag volledig. Kinderen verspreidden zich, renden naar de randen, gebruikten het hele plein.
Het hek beperkte ze niet. Het maakte ze vrij.
Mijn dochter op dat strand had precies het omgekeerde. Geen hek, geen structuur, geen kaders. Alleen maar ruimte. En paradoxaal genoeg wist ze daardoor even niet wat ze moest doen.
Het principe van kaders geldt ook voor organisaties
Wat voor kinderen op een speelplein geldt, zie ik terug in organisaties. Niet omdat mensen kinderen zijn, maar omdat het mechanisme hetzelfde is. Vrijheid zonder kaders overweldigt. Duidelijkheid over wat de ruimte is, maakt mensen juist vrijer om te bewegen.
Ik zie het bij teams die aangeven dat ze meer autonomie willen, maar zodra die autonomie er is, vragen ze voortdurend om bevestiging. Niet uit onzekerheid over zichzelf, maar omdat het onduidelijk is wat de kaders zijn. Wat mag ik beslissen? Wat hoort bij mij? Waar ligt de lijn?
Zonder een antwoord op die vragen bewegen mensen naar het midden. Naar de leider, naar de veiligheid van wat ze kennen of altijd al deden.
Kaders als voorwaarde voor eigenaarschap
Een goed ingericht OGSM brengt die helderheid, want het stelt de kaders vast. Niet als keurslijf, maar als het hek om het speelplein waar heel veel mogelijk is. De Objective geeft een heldere richting. De Strategies maken expliciete keuzes over hoe er te komen. De Measures maken zichtbaar of er de goede kant op bewogen wordt.
Alles past op één A4 en die beperking dwingt tot helderheid. Wat doen we? Wat we niet doen valt er expliciet af. Wie is waarvoor verantwoordelijk?
Met die helderheid ontstaat er meer ruimte. Ruimte voor de dialoog die anders niet plaatsvindt. Ruimte om keuzes op te baseren. Ruimte om initiatief te nemen zonder voortdurend te hoeven vragen of het klopt.
Mijn dochter had op dat strand geen activiteitenprogramma nodig. Ze had een klein beetje structuur nodig om de vrijheid te kunnen voelen. Al snel bouwden we forten en zandkastelen met grachten en kanalen.